Nieuws uit de Regio

Afgelopen week werd in het Cultureel Centrum de door het Duurzaamheidscafé Deurne georganiseerde avond over circulaire economie gehouden onder het motto 'Afval bestáát niet'. Vertegenwoordigers van Quispel Deurne, houtverwerkingsfabriek Fransen uit Deurne, Repair Café uit Woensel en Van Dorp installaties uit Helmond, vertelden op hun eigen, unieke wijze hoe zij duurzaamheid in hun bedrijf vorm geven. Architect Benny Munsters uit Deurne zorgde met zijn inleiding voor het nodige vuurwerk en dat leidde tot een geanimeerde discussie gedurende de avond.

Duurzaamheid zit in stroomversnelling

We hebben geleefd, zo gaf Munsters aan, in een tijd waarin repareren uit was en nieuw kopen in: de bekende wegwerpmaatschappij. De spullen die we kochten hadden eigenlijk weinig waarde voor ons. Ze belandden al vrij snel op de vuilnisbelt. Het verdienmodel in die tijd was er op gericht dat hetgeen we kochten op tijd weer kapot moest gaan zodat we nieuwe dingen zouden kopen. Dit verdienmodel raakt steeds meer uit de tijd. Het bezitten van allerlei materiële aangelegenheden, maakt steeds meer plaats voor het gebruik ervan en het delen met elkaar. Waarom zou je eigenaar moeten zijn van iets? Het gaat toch om het nut van datgene wat je aanschaft. Zo is het heel goed denkbaar dat de fabriek die iets maakt, eigenaar blijft van het product en dat de klant betaalt voor het gebruik van het product. De fabriek verleent dan een soort service aan de klant. In zo’n geval zal de fabriek een product maken met een zeer lange levensduur, want als de ene klant het product na enkele jaren inlevert, gaat het naar de volgende klant. Aldus verleng je de levensduur van het product en zo groeit dan de circulaire economie. Het is een andere manier van denken.

Alle sprekers benadrukten dat ook op deze manier verdienmodellen te ontwikkelen zijn en dat duurzaamheid en gezonde verdienmodellen goed samen gaan. Duurzaamheid zou onderdeel moeten zijn van de missie van elk bedrijf. Noodzakelijk bij deze benaderingswijze is wel dat apparaten zodanig gemaakt worden dat ze reparabel zijn. Als voorbeeld werd genoemd het snoer van de stofzuiger dat kapot getrokken wordt. Het snoer zelf repareren kost 10 minuten, maar je bent toch twee uur bezig omdat je de hele stofzuiger uit elkaar moet halen. Wil je van alles dat gemaakt wordt de levensduur kunnen verlengen, dan moet het reparatievriendelijk in elkaar gezet worden. Dan kun je aan producten een second life geven en dan zal de afvalberg vanzelf minder groot worden. Het motto van het Repair Café sloot hier goed op aan: Weggooien? Mooi niet! En daar kon iedereen zich in vinden.

Het volgende duurzaamheidscafé wordt gehouden in april volgend jaar en heeft als thema mobiliteit.

Post Tags - ,

Written by

The author didnt add any Information to his profile yet